Beitrag
von Kraehe » So 15. Nov 2009, 13:59
Petra, Unterstehend eine Kopie eine Internetdiskussion ueber diese Bedeutung. Greinwerker ist einer der vielen antiken Berufsnamen aus der Hollaendischen Textilgewerbe. Grein = Grain. Urspruenglich Seide. Also, Greinwerker ist ein Seidenweber. Aber spaeter gab es auch Grofgrein (Grobgrein?). Das war eine Art Wolle. In Leiden gab es ein sehr wichtiger Textilindustrie met Tausenden von gefluechteten Calvinisten. Ich selber habe mehr als 250 derartige Franzoesische und Wallonische (Hugenottische) Familien unter meine Ahnen.
Gruss,
Bernard Krijbolder
Anlage:
> Another request for translation
>
> Frans Verhoeven geb. Antwerpen
> Huwt Amsterdam 1675 met Maria van Thuylen (ondertr. 3 aug. 1675)
>
> "Greinwerker" ?
>
> What would this be?
Hello Ingrid
I hope you understand at least a bit of Dutch (I will explain it in
English though). A citation from the "Woordenboek der Nederlandsche
Taal" (WNT):
-----
GREINWERKER, znw. m., mv. -s. Van Grein, 2de art., in de bet. 2) en
Werken (in den zin van: vervaardigen) met -er. Die grein weeft of
vervaardigt. || Van de ... Bourat- en Greynwerkers,
Stofjenswerckers enz., Utr. Placaatb. 3, 764.
-----
So, we have to look for 'grein' in its second meaning (art. 2,
meaning 2):
-----
GREIN (II), znw. onz.; mv. (in de bet. 2, c) greinen. Mnl. grein.
De oorsprong dezer benaming (het Fra. woord graine, collectieve
benaming voor: de eitjes van den zijworm) is reeds bij GREIN, 1ste
art., onder 3, d) vermeld; de geheel afwijkende toepassingen er van
rechtvaardigen eene afzonderlijke behandeling.
1) Naar de oorspronkelijke, thans verouderde beteekenis. Een
weefsel waarvan de grondstof van den zijworm afkomstig is, eene
soort van zijde dus. Over grof grein en fra. gros grain, verg.
VERDAM 2, 2125 en LITTR 2, 1912 b en zie GROFGREIN.
2) Naar de latere, ook thans nog gebruikelijke toepassing. Een
weefsel, in nabootsing van het eigenlijke grein vervaardigd,
bestaande uit.
a) Kemels- of geitenhaar (mohair of angorawol) als ketting, en wol
(schapenwol) als inslag; polemiet. || Turks greyn. Hair camlet,
SEWEL. Fijn grein, BERKHEY, Zeetriumph, 270.
b) Ketting en inslag beide wol; wollen grein; kamelot. || Wollen
greyn, Camlet, SEWEL. De Zieltjes, of Keursjes, die men van
Sarsje of Grein maakte, BERKHEY, N. H. 3, 571. Zulk eene Huik was
een lange Vrouwen Mantel, van ligte stoffe, Grein of Saai, dog
somtyds ook van Laken, 3, 590.
c) Soort van grein (in de bet. a of b). Met mv. || Dat sommighe
Laken-Verwers ... hun mede onderwinden ... te Verwen Sayen,
Damasten, Bouratten en Greynen, Handv. v. Amst. 1126 b. Hoe de
greinen met 15 uuren kokens, goed ende vast swart te verwen waren,
DE LA COURT, Welv. 134. Digte fyngewerkte Inlandsche Greinen en
Haarlemsche Zyden Stoffen, BERKHEY, N. H. 3, 708.
-----
A 'greinwerker' is someone who weaves 'grein'. It's a weaver. And
'grein' could be cloth or fabric made of silk (in the first and
orginal meaning, derived from the french word 'graine' as an
equivalent for the eggs of the silkworm), but more probably it is a
fabric made of camel's hair (mohair), goat's hair (angora) or even
plain wool of sheep.
I hope this helps.
--
Kind Regards
Patrick Vanhoucke
Laken (Brussel)
VVF-lid 14882